Terug naar home actualiteit
Terug naar de actualiteit

'ik ben dankbaar dat ik erbij mag horen'

In november 2015 vierden we twee FIC jubilea. Dat was een goede aanleiding voor een gesprek met de vicaris generaal van de FIC, broeder Guido Sukarman. Hij vierde in juli van dat jaar zijn zeventigste verjaardag te midden van zijn medebroeders in de Burgemeester Cortenstraat in Maastricht. Met hem spreken we over het 175 jarige bestaan van de congregatie, maar ook over het gouden jubileum van de FIC in Ghana, in welke provincie hij vijftien jaar werkzaam was.

dankbaarheid

'Als je feest viert, doe je dat meestal in de geest van dankbaarheid. Ik ben dankbaar dat ik al 48 jaar lang deel mag uitmaken van de "beweging" van de Broeders FIC. Die dankbaarheid treft mij als persoon: ik heb erg veel aan de congregatie te danken. Daarin heb ik mijn vorming mogen ontvangen, heb ik mogen studeren in het buitenland en kon ik mijn persoonlijkheid verrijken. Ik ben erg dankbaar dat ik in IndonesiŽ, maar ook internationaal, betekenisvolle taken heb mogen vervullen en nog steeds vervullen mag.'
'In alle eerlijkheid mag ik zeggen dat ik in mijn levenskeuze als broeder het geluk heb gevonden. Van mijn medebroeders in de landen waar we werken heb ik vertrouwen en steun ondervonden en ze hebben me tot een rijker mens gemaakt.'
'Ik ben als IndonesiŽr heel dankbaar dat de Nederlandse broeders in 1921 met hun werkzaamheden in ons land zijn begonnen, waarin ze heel veel mensen geluk hebben bezorgd en ook hun leven rijker gemaakt.'
'Voor mij is het feest de aanleiding om me nog eens opnieuw in mijn roeping te verdiepen en na te gaan hoe zegenrijk het werk van Mgr. Louis Rutten en broeder Bernardus Hoecken voor veel mensen is geweest.'
'Dankbaar ben ik ook mijn familieleden dat ze me steeds in mijn keuze voor het religieuze leven hebben gesteund. Dat deden ze ook toen ik in 1975 naar Ghana ging, want ze konden me toen alleen nog maar ontmoeten als ik op verlof kwam.'

missionaris

Broeder Guido zat bij de broeders op school en studeerde af als "guru agama" (katechist). Hij trad in 1965 bij de FIC in en kreeg een baan in het onderwijs. Toen ik mijn vormingsperiode in de congregatie begon, kregen we bezoek van de generaal overste broeder Avellinus Janssens en zijn socius broeder Patricio Winters. Ze kwamen net van een bezoek aan Ghana af en vertelden ons als postulanten met veel enthousiasme over het nieuwe "missiegebied" dat de FIC in dat land was begonnen. Ik werd daar erg door getroffen en maakte me warm om ook buiten mijn geboorteland andere mensen van dienst te zijn.
Enkele jaren daarna, toen broeder Andreo de Swart, provinciaal overste, me vroeg of ik beschikbaar en bereid was om naar Ghana te gaan, vertelde ik hem over wat ik voelde toen broeder Patricio ons, postulanten, over de FIC-missie in Ghana vertelde. Toen mocht ik in 1975 als eerste Indonesische broeder missionaris worden in Ghana.'
'Samen met broeder Franciscus Mubiratno werd ik uitgezonden naar een Afrikaans land. Vooraf had ik verlof moeten vragen aan mijn ouders. Die vonden het een uitverkiezing. Mijn moeder was over dit verzoek erg verbaasd: "Heel je leven lang ben je een moederskindje geweest en nu ga je in een ver en vreemd land werken! Ik vind het goed dat je gaat en hoop dat je een zegen mag zijn voor die mensen daar". Ik vond het heel ontroerend dat ze me dat zei.'  

Guido, vijfde van links, bij zijn professie in 1967

'We kregen allebei een benoeming aan de voorbereidende middelbare school in Wa. Francis werd verantwoordelijke als "bursar" (zorg voor algemene zaken) en ik werd leraar aan die school. Tevens werd ik (tot mijn verbazing) al snel benoemd als lid van het lokaal bestuur van de communiteit.'
'Deze school had tot doel jongens op te leiden voor het toelatingsexamen voor de middelbare school. Voor de FIC was deze school belangrijk om onze "naam" als broeder te vestigen. In Ghana heerste in die tijd nog het idee dat "broeders" er waren om geestelijken behulpzaam te zijn en huishoudelijk werk te verrichten. Met ons werk in het onderwijs gaven we aan dat broeder-zijn mťťr kon betekenen. Het zou ertoe bijdragen dat het aanzien van broeder-religieuzen in Ghana een diepere inhoud kreeg. Nu we in Ghana dit jaar het gouden jubileum gaan vieren, blijkt dat we in deze opzet heel goed zijn geslaagd."

gouden provincie

Op dit moment telt de Ghanese provincie zestig broeders. Alle leidinggevende functies zijn "in handen" van landeigen broeders. Dat geldt voor het provinciaal bestuur, lokale besturen, economen en secretariaten. Er zijn tien communiteiten die, op die van Accra na, allemaal in het noorden van Ghana liggen. Het is een gebied dat door de regering jarenlang is genegeerd: de infrastructuur aan wegen en vliegvelden is pas de laatste jaren daadwerkelijk "bij de tijd gebracht".'


Guido, tweede van rechts, met Ghanese en Nederlandse medebroeders en met Franciscus Mubiratno (links staand) in Ghana
   'De FIC is werkzaam in technisch onderwijs, middelbaar en lager onderwijs. Er is een project in de hoofdstad waarin duizenden straatkinderen worden opgevangen. Broeders zijn werkzaam in de gezondheidszorg, landbouwprojecten en parochiewerk. Er wordt lesgegeven aan pedagogische academies en er is een goed opgeleide staf van broeders die zich met de opleiding en vorming van kandidaten voor de congregatie bezig houdt. Om het gouden jubileum te onderstrepen openden de Broeders in september van dit jaar een nieuwe, geheel particuliere, basisschool.'

'Ik heb vijftien jaar in Ghana mogen werken. Aanvankelijk op school, zoals ik al zei. In 1982 werd ik benoemd tot begeleider van de postulanten: jongens die aangegeven hebben graag broeder te willen worden, maar daar eerst een toetsingsjaar voor moeten doorbrengen. Er was in deze "jonge" provincie geen alles omvattend eigen opleidings- en begeleidingsplan. Dus maakte ik gebruik van het plan dat we in IndonesiŽ met succes hanteerden. Ik vertaalde het in het Engels en paste het, waar nodig, aan bij hoe de Afrikaanse situatie was. Dit plan besprak ik met het begeleidingsteam dat bestond uit de broeders Alfred Fest, Denis Dery, Maarten Bouw en mij.' Toen ik de postulanten enige jaren had begeleid, voelde ik dat ik toe was aan een grondiger toerusting. Ik mocht toen naar de USA om in Chicago de opleiding "spiritueel leiderschap" te volgen. Daarna behaalde ik daar ook mijn "Master Pastoral Work" aan de Loyola Universiteit. Door deze vormingsperiode en studie kreeg ik een andere kijk op mezelf, waardoor ik me ook meer in staat achtte aan anderen begeleiding te geven op weg naar het broederschap.'

'Over de huidige situatie in Ghana ben ik hoopvol gestemd. Er gebeurt veel in deze provincie, de broeders werken serieus en hard en ze hebben een goed zicht op de eigen noden van de regio waar ze werken. In november wordt het jubileum dan ook terecht op een grootse wijze gevierd. Ik ben blij dat ik daarbij aanwezig mag zijn.'

internationale leiding en begeleiding

In 1990 besloot broeder Guido te repatriŽren naar IndonesiŽ om zijn levensreis als FIC-er beter voort te kunnen zetten. Hij hielp enkele maanden de staf van het Roncalli Instituut, daarna stelde hij zich beschikbaar voor allerlei werk voor het provinciaal bestuur. Zo ver-taalde hij de nieuwe constituties in het Bahasa Indonesia, vůůr hij werd benoemd tot overste van de communiteit Randusari in Semarang en tevens tot onderwijzer aan een voorbereidende middelbare school. Vervolgens werd hij tijdens het Indonesisch provinciaal kapittel in 1994 gekozen tot provinciaal overste van de 145 broeders en 19 novicen in zijn land. Hij toont zich dan als een evenwichtig en wijs bestuurder, met veel oog voor elk lid van de provincie.
Tijdens het generaal kapittel van 2000 dat in Ghana wordt gehouden, kiest men hem in het generaal bestuur waarvan broeder Albert Ketelaars de leiding heeft. Het bestuursteam is internationaal van samenstelling: twee IndonesiŽrs, een Ghanees en twee Nederlanders die vrijwel heel hun leven in respectievelijk Ghana en Chili hebben gewerkt.
'Ik voelde tijdens de kapittelbijeenkomst, die drie weken duurde, al aankomen dat ik in het bestuur gekozen zou worden. Dat zou betekenen dat ik IndonesiŽ weer moest verlaten en naar Nederland moest verhuizen. Inmiddels waren mijn moeder en vader al overleden, maar voor mijn familie was deze verhuizing niet zo prettig. Omdat ik me gesteund wist door het voltallige kapittel, zakte mijn onrust en had ik ook niet het gevoel dat er een druk op mij werd uitgeoefend. Als ik eerlijk ben weegt de functie van een provinciaal overste in veel gevallen zwaarder dan het lidmaatschap van een generaal bestuur. Het kapittel koos me ook met algemene stemmen tot vicaris-generaal en met het vertrouwen dat daaruit sprak was ik erg ingenomen.' In 2006 en 2012 werd Guido Sukarman herkozen in het generaal bestuur. Zijn bestuurstermijn loopt in 2018 af.

verdiepen van je roeping

'Op een vergadering van ons bestuursteam waarbij ook een coach aanwezig was, ontstond het idee dat we als FIC meer werk dienden te gaan maken van de geestelijke verdieping van de broeders in de vijf landen waarin we werkzaam zijn. Zo kwam de geestelijke reis, de Oase, tot stand.

We nodigden broeders in Chili, Ghana, IndonesiŽ, Malawi en Nederland uit om zich een jaar lang te gaan verdiepen in hun "broeder-zijn". De deelnemers verplichtten zich om zich een jaar lang te laten begeleiden door een geestelijk leidsvrouw of -man. Er werd een programma voor opgezet, waarbij ik gebruik kon maken van mijn opleiding en praktijkervaring. Ik vond dat een uitdaging maar ook een prachtige taak om aan te werken. De Oase wordt steeds afgesloten met een internationale bijeenkomst van alle deelnemers. Die duurt enkele weken en vindt steeds in Nederland plaats.

  

Guido vindt de internationale Oase-bijeenkomsten mooie en rijke momenten in zijn werkzaamheden.
Naast geestelijke verdieping en bezinning is daarbij ook plaats voor ontspanning en informele ontmoeting.
Men heeft dan de kans om in Maastricht kennis te nemen van de plekken waar Monseigneur Louis Rutten heeft gewoond en gewerkt, ons eerste communiteitshuis, In de Rooden Leeuw, te bezoeken en een bezoek te brengen aan de graven van de beide stichters op ons kerkhof aan de Anjoulaan.' 'De laatste drie afsluitingsbijeenkomsten werden voorbereid en begeleid door een team dat bestaat uit broeder Johan Muijtjens, zuster Claudia Teinert en mij, en dat onlangs werd aangevuld met broeder Theodorus Suwaryanto. Ook andere broeders waren erbij betrokken om van de OASE een betekenisvol gebeuren te maken. Onder meer broeder Frans Wils zorgde voor hulp bij het opzetten van activiteiten, het kunstzinnig aankleden van de algemene ruimten die werden gebruikt en broeder Lo Koeleman organiseerde enkele ontspannende uitstapjes.'

'Ik vind dit een fijn team om mee te werken. En het mooiste is dat deze afsluitende internationale weken een genadevol gebeuren zijn. Er wordt met aandacht geluisterd naar de persoonlijke getuigenissen van elke deelnemer. Er ontstaat een intensieve onderlinge band, die zijn doorwerking heeft. En we hebben de ervaring opgedaan dat de vele deelnemers tot op heden er als meer volwassen religieus uit te voorschijn komen. Naast mijn bezoeken aan broeders die ik als lid van het internationaal bestuur afleg, zijn de Oasebijeenkomsten de mooiste en rijkste momenten van mijn taak als bestuurslid. Daar ben ik bijzonder dankbaar voor.'

Wim SwŁste

Bron: Berichten van de Broeders van Maastricht, 2015, nr 3